Rasstandaard
|
Criterium |
Karakteristieken |
|
Stokmaat |
Gewenst is een gemiddelde maat van 1,49m voor volwassen hengsten en 1,45m voor volwassen merries. |
|
Beharing |
De beharing is zwart. Licht stekelharig in de flank wordt gewaardeerd. Afhankelijk van het seizoen kunnen rossige kleurschakeringen waargenomen worden. De veulens kunnen met drie verschillende vachtkleuren geboren worden: zwart, zilvergrijs en koffiekleurig. Deze veulenvacht verdwijnt na het spenen. |
|
Weefsel |
De weefselkwaliteit is fijn en zijdeachtig. |
|
Manen |
De manen zijn vol, dik en stug aanvoelend, vaak kroezig .De manenkam kan enkel (het meest gewaardeerd) of dubbel zijn. |
|
Hoofd |
Uitdrukkingsvol en edel. |
|
Voorhoofd |
Vlak en breed. |
|
Neusrug |
Recht of stomp. |
|
Oren |
Tamelijk kort, van binnen goed behaard en fraai van vorm. |
|
Ogen |
Duidelijk naar buiten komend, levendig met een zachte uitdrukking. Een lichte wenkbrauwboog. |
|
Hals |
Lang, goed geplaatst en met een lichte hoofdaanzet. |
|
Voorborst |
Goed breed. |
|
Schouder |
Lang en vrij schuin. |
|
Schoft |
Voldoende ontwikkeld en naar achter doorlopend. |
|
Rug |
Breed en voldoende gespierd. |
|
Lendenen |
Breed, goed gespierd en vloeiend verbonden met de overige onderdelen. |
|
Kruis |
Lang en goed gericht. |
|
Flanken |
Gevuld en diep. |
|
Ledematen |
Zware ledematen. Goed ontwikkelde, sterke gewrichten. Voor: goed gespierde onderarm. Achter: goed ontwikkelde, lange broekspieren. |
|
Hoeven |
Harde, zwart gepigmenteerde hoorn. |
|
Gangen |
Zo ruim mogelijk, met in het bijzonder een goed onderbrengen van de achterhand. |
|
Totaalbeeld |
Compact, robuust, korte pijpen, werkwillig en edel. |


